Uitverkoren

Portret van de eerste luchtgastvrouwen van de KLM, door Laura Stek

‘Verkiest u bediend te worden door een steward of een stewardess?’ Dat is de vraag die een Amerikaanse luchtvaartmaatschappij haar passagiers begin jaren dertig stelt. 98% van de ondervraagden geeft de voorkeur aan vrouwelijke aandacht, een onthutsend percentage voor de mannelijke stewards, gezagvoerders, boordwerktuigkundigen en telegrafisten die het luchtrijk tot dan toe alleen hadden. Maar klant is koning, dus het is onvermijdelijk dat ook vrouwen van de grond gaan.

De Koninklijke Luchtvaart Maatschappij is gevoelig voor de Amerikaanse stewardessentrend en start midden jaren dertig eveneens met een kleine lichting. Maar pas na het einde van de Tweede Wereldoorlog wordt er echt werk gemaakt van de opleiding. In de lente van 1946 wordt een uitgebreide oproep in de kranten geplaatst, het blijkt effectief: er komen 900 sollicitaties binnen voor 36 plekken. Tot 1960, met de invoer van het straalvliegtuig, blijft het beroep van stewardess door de strikte ballotage uiterst exclusief. De meisjes zijn de uitverkorenen van KLM:

• Pauline Malouin-Sevensma: 89 jaar, vloog van 1946 tot 1954, volgde de afgelopen jaren cursussen archeologie en geschiedenis, draagt een witte blouse, KLM-blauw vest en een geknoopt sjaaltje. ‘Nu je het zegt, ik draag vaak blauw.’

• Atie en Corry Tuyn: 89 jaar, vlogen van 1951 tot 1965, gaan iedere zondag samen lunchen en wandelen, de een op lakschoenen, de ander op gympen, een twee-eiige tweeling. ‘De overlevingskans was niet zo groot dus we mochten nooit samen vliegen, dat kon de KLM onze ouders niet aandoen.’

• Truus van Fraayenhoven-Kleijwegt: 89 jaar, vloog van 1946 tot 1950, serveert roomsoezen en broodjes met Noorse zalm, heeft een nichtje dat ook stewardess is. ‘Zonde dat ze nu geen hoofddeksel meer hebben, die verwaaide haren en opgebonden paardenstaarten is (zijn?) toch geen gezicht.’


Selectie

In 1946 kunnen de kranten, tijdschriften en glossy’s er geen genoeg van krijgen. Op de covers prijken grote glamourfoto’s van de kersverse KLM-stewardesjes. Charmant lachend op de vleugel van de Douglas DC4 of bevallig poserend op de provisorische landingsbaan van Schiphol, omringd door houten barakken. De meisjes zijn tussen de 23 en 30 jaar, mogen niet verloofd of getrouwd zijn, komen van goeden huize, zijn van onbesproken gedrag en moeten beschikken over gedegen algemene kennis. Pauline Mallouin-Seventsma: ‘Ik zat in een klein wachtkamertje op Schiphol en er kwam een man binnen die zonder introductie in rap tempo Frans tegen me begon te spreken. Dat was de intimidatie-tactiek. Gelukkig kon ik hem in vloeiend Frans antwoorden.’
De selectiestrategie van de KLM wordt met de jaren ingenieuzer. Als de tweelingzussen Corry en Atie Tuyn besluiten om begin jaren vijftig te solliciteren, worden ze eerst onderworpen aan een uitgebreide kennistest. Corry: ‘Ik kreeg een muziekvraag over Concerto Grosso’, Atie: ‘En ik moest vijf componisten met de letter M opnoemen. Naast die honderd vragen over politieke, aardrijkskundige en maatschappelijke onderwerpen.’ En dat allemaal om op niveau te converseren met de passagiers, in die tijd zeer welgestelden, prominente zakenlui, politici of leden van het Koningshuis. Er gaan slechts vierenveertig passagiers in de Douglas DC4 en de machine zit bijna nooit vol. De stewardessen kennen alle reizigers bij naam en zijn op de hoogte van hun persoonlijke achtergrond en interesses. Om zo goed mogelijk aan deze eisen te kunnen voldoen moeten de meisjes na de kennistest ook een psychotechnische keuring ondergaan. Atie: ‘We deden de Rohrschach-test, de beroemde inktvlek-interpretatie. En piramides moesten we tekenen, een lelijke en een mooie. Kennelijk kon psycholoog Herr Wittenberg er van alles uit opmaken.’


Safety
Na de keuring krijgen de meisjes een zes-weekse opleiding. In 1946 nog op Schiphol, een aantal jaren later op een eminente school in Wassenaar. Maar daarna is het vooral improviseren, zeker in machines die helemaal niet zijn gebouwd op passagiers. In de eerste maanden wordt er nog gevlogen met de Dakota, primair ingericht op parachutisten. Truus van Fraayenhoven-Kleijwegt: ‘Die hadden metalen banken langs de kant, met zogenaamde bucketseats. Dan liep je over lange kale platen in een onbeklede ruimte, dat klonk zo vreemd.’ Pauline: ‘En in het midden stond een zak waar alle passagiers zich op stortten als ze luchtziek werden. Als er een begon, begonnen ze allemaal.’ Die luchtziekte wordt veroorzaakt door de sterke thermiek. Omdat er nog geen drukcabines zijn wordt er laag gevlogen om de passagiers en bemanning niet in ademnood te brengen. Atie Tuyn: ‘Tijdens de watersnoodramp in 1953 vlogen we ook zo laag. Het was een vlucht speciaal voor journalisten, geregeld door verslaggever Jan de Troye. We zagen de mensen op de daken zitten. De Troye zag helemaal groen achter zijn typemachine.’

Maar luchtziekte is niet het grootste probleem. Naar huidige maatstaven is vliegen eind jaren veertig en vijftig nog een levensgevaarlijke bezigheid. In de jaren ‘46 tot ‘58 vinden er verschillende noodlandingen en crashes plaats. Bij Bombay, Lissabon, Bangkok, Schiphol, Prestwick, Londen, Frankfurt, Shannon, Biak Nieuw Guinea, in de Adriatische Zee en de Atlantische Oceaan. Truus: ‘We hebben vrij veel collega’s verloren, mijn beste vriendin is tegen een berg opgevlogen.’ De lange trajecten zijn het meest risicovol. Een of meerdere van de vier motoren wil nog wel eens uitvallen, of de hoeveelheid kerosine is net niet voldoende. Corry Tuyn vliegt begin jaren vijftig naar de VS. ‘Op een zeker moment keek ik uit het raam van de Constellation, er waren rode vlammen te zien. Grote paniek. We hebben brandstof geloosd en op de een of andere manier is de brand in de motor geblust. Er stond al een heel team van brandweer en ambulances klaar, het is net goed gegaan.’


Service
Om de aandacht af te leiden van het dreigende gevaar wordt er binnen het vliegtuig alles aan gedaan om het de passagiers zo aangenaam mogelijk te maken. De KLM-stewardess is een moeder, verzorgster, personal assistent en gezelschapsdame in een, kortweg een luchtgastvrouw. Dat er geen zwemvesten aan boord zijn, dat het blauw staat van de rook en dat de baby’s los in rieten manden voorin cabine liggen, wordt gecompenseerd met ongelimiteerde persoonlijke toewijding. Pauline: ‘Het was alsof je mensen thuis ontving.’ De stewardessen bevestigen de riemen van de passagiers eigenhandig, delen sigaretten en kwaliteitskranten uit en vertellen nuttige wetenswaardigheden over uitheemse oorden. Pauline heeft nog een hele map met correspondentie van tevreden passagiers. ‘Dit gedicht kreeg ik van een bakker die erg luchtziek was geweest: ‘Het was een wondertocht die wij niet zullen vergeten, met dank aan de KLM, we wensen haar veel succes, we danken de piloot hoe hij ook mag heten, maar zeker alle dank aan de fijne stewardess.’’

Het eten aan boord is vaak vers en de bordjes worden in de pantry opgemaakt. Als er iets ontbreekt doet de stewardess bij een tussenstop een extra boodschapje op de fiets. Truus: ‘We hadden heerlijke hors d’ouvres en amuses, die werden zelfs een periode vers bereid door een luchtkok. In de deur naar een pantry zat dan een luikje, en daar stak een witte koksmuts naar buiten.’ De dienstgerichte houding komt terug in het voorkomen van de meisjes. Dat Sex sells is bij de KLM van de jaren vijftig nog niet bekend, de stewardessen moeten er deugdzaam en eenvoudig uitzien. Atie: ‘We mochten geen bril, geen oorbellen, geen make-up en geen lang haar. Op een gegeven moment mochten we alleen nog maar kiezen uit vier type korte coupes.’ De uniforms zijn stijfjes en er mogen geen hakken gedragen worden. ‘Het was wel constant in ontwikkeling. Ik weet nog dat ze een speciaal zomeruniform hadden ontworpen, dat was een bokkebaaien pakje, ontworpen door Dick Holthaus. Een heerlijke stof voor het tropenklimaat Curaçao maar niet heus.’


Sejour
Curacao, Argentinie, China, India: de jonge stewardessen komen op plekken die de ouderwetse toerist nog niet heeft ontdekt. Omdat het aantal vluchten in de jaren veertig en vijftig nog zeer beperkt is, duurt het vaak een aantal dagen voordat ze worden teruggevlogen. Dat is geen overbodige luxe, want tijdens een vlucht naar New York in 1949 zijn de stewardessen meer dan een etmaal in de weer. Truus: ‘We vlogen eerst naar Prestwick, daar gingen we met de passagiers lunchen. Dan gingen we de oceaan over naar Newfoundland, daar stonden rustbedden klaar zodat de passagiers wat konden slapen. En dan door naar New York. Dan was ik 26 uur op.’ Om daarna met de bemanning in hotel Astor op Time Square cocktails te drinken. En Amerikaanse nylons te kopen. Pauline: ‘Dat was heel genoeglijk. Ook de zeiltrips bij Karachi en het bezoek aan de oudheden in Baalbek waren geweldig.’
Alle uitjes worden gezamenlijk gedaan. Het groepje bestaat meestal uit een stewardess tegenover negen mannelijke bemanningsleden, de standaard verhouding voor verre bestemmingen. De vraag dringt zich op of de onberispelijke meisjes wel bestand zijn tegen zo veel mannen. En of er niet heel veel indecent proposals worden gedaan. De dames aarzelen. Truus: ‘Ja, er gebeurde natuurlijk wel eens wat, maar de meeste meisjes waren zeer preuts en conservatief hoor.’ Pauline: ‘De pursers waren meestal het vervelendst. Die waren ons dan aan het jennen, van: doe je bloesje eens wat meer open en buig eens naar voren. Maar ik heb nooit iets ernstigs meegemaakt. Meestal werd er keurig getrouwd.’

Dat trouwen maakt een einde aan de stewardessencarrière. Pauline huwt een gezagvoerder, Truus een boordwerktuigkundige en daarmee is het luchtleven voorgoed voorbij. Atie en Corry trouwen niet en maken in 1960 de overgang van het propellervliegtuig naar het straalvliegtuig mee. Daarmee komt er een einde aan het tijdperk van de kleinschaligheid, de eindeloze vluchten, het grote crashgevaar en daarmee ook aan de ouderwetse luchtgastvrouw. Op de vraag waarom de dames vrijwillig het levensgevaarlijke beroep van stewardess kozen, blijven ze allemaal stil. Atie: ‘Ik was me niet bewust van het gevaar. Als iemand crashte dacht ik nooit: dat kan ik ook zijn.’ Truus: ‘Ik geloof dat ik mezelf niet eens zo goed gekend heb. Misschien dat ik risico’s nam omdat ik geen gewoontedier was. Dat ben ik nog steeds niet.’