Marc van Oostendorp #2: De zzzzon in je zzziel

Marc van Oostendorp is taalkundige bij het Meertens Instituut en de Universiteit van Leiden. Allemaal dankzij de radio. Want op zijn twaalfde zette zijn vader eens, tijdens een lange autorit, de radio aan en hoorde hij een taalprogramma van de NOS. Toen wist hij dat hij taalkundige wilde worden.

#2: De zzzzon in je zzziel

Door: Marc van Oostendorp | Foto: Saskia Aukema

Nederland heeft een officieel erkende taal die vrijwel niemand hier nog spreekt: het Jiddisch. In Amerika en Israël worden er nog romans geschreven in die taal en verschijnen er nog kranten, bij ons zingt er hooguit iemand af en toe een klezmerliedje met een duidelijk Nederlands accent.

Die taal, die klinkt als een mengeling van een zuidelijk Duits dialect met Hebreeuws en een vleugje Slavisch, was ooit de omgangstaal van een groot deel van de Nederlandse Joden. Maar in de negentiende eeuw voerde de Nederlandse overheid een actief integratiebeleid: Joden kregen de rechten van Nederlandse staatburgers, maar moesten dan wel zo veel mogelijk assimileren. Zo mochten ze alleen nog Nederlands spreken. Dat beleid werkte, en aan het begin van de twintigste eeuw was het Nederlandse Jiddisch waarschijnlijk uitgestorven.

Nog eens zestig jaar later, in 1994, tekende de Nederlandse regering een Europees Handvest voor de bescherming van minderheidstalen. Het ging daarbij vooral om het Fries, maar het Jiddisch werd er in één moeite door bijgenomen. Misschien uit een gevoel van ereschuld?
Die erkenning was puur symbolisch. Want waar de staat voor het Fries nog wat geld over heeft – onder andere voor taalonderwijs en het in de lucht houden van Omrop Fryslân – is het Jiddisch bijna vergeten. Ik heb het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap nog gebeld om te vragen of er ooit maatregelen voor het Jiddisch getroffen waren, maar daar bleek zelfs niemand op de hoogte te zijn van die erkenning.

Zo komen wij dus aan een officiële taal die hooguit in de marges van de samenleving bestaat: er zijn clubs die bij elkaar komen om in het Jiddisch te spreken en er zijn wat losse woorden, zoals ‘tof’, ‘bolleboos’ en ‘jatten’, die in het Nederlands terechtgekomen zijn. In 2006 is trouwens het woord achenebbisj (rommel) tot ‘het mooiste Amsterdamse woord’ uitgeroepen en in 2014 het woord bijgoochem (betweter). Dat zijn allebei Jiddische woorden, zoals de bijnaam van Amsterdam, Mokum (dat ‘stad’ betekent), dat ook is.

Zelfs het typisch Joodse, door het Jiddisch beïnvloede, accent van het Nederlands is in de tweede helft van de twintigste eeuw verdwenen. In 1988 hield de journalist Ischa Meijer een interview met pianist Jacques Halland. Die laatste was in de jaren vijftig uit Parijs teruggekomen in Amsterdam om daar met zijn vrouw een ‘Jiddisch Cabaret’ op te richten. In dit programma zingt hij live een lied –in een Nederlands vol Jiddische woorden, die Halland in het begin nog trouwhartig uitlegt: “Gein is lol”.
Vooral opvallend is Hallands uitspraak van het Nederlands, met sj-achtige s’en, en lange, slepende z’s: “Dat is de zzzon in je zzziel”. In zijn tijd zorgde Halland er zo nog voor dat de laatste resten Jiddisch in ieder geval nog in het Nederlands bleven klinken.

Hij overleed in 2000; inmiddels bestaat één officiële Nederlandse taal dus bijna alleen nog in het radioarchief.
 

 

Meer columns